Meneer en mevrouw Angst en het lied in de lijsterbes
- 5 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Meneer en mevrouw Angst zitten op de bank onder de grijze linde.
Het is hun bank.
Niet officieel natuurlijk.
Er staat nergens een bordje met hun naam erop.
Maar ze zitten er zo vaak.
En altijd zo ernstig.
Meneer Angst schuift wat onrustig heen en weer.
“Bah,” zegt hij, “het was weer wat vandaag.”
“Wat dan?” vraagt mevrouw Angst, al klinkt het alsof ze het ergste al verwacht.
“Op kantoor,” zegt meneer Angst. “Ze deden weer alsof ik lucht was.”
Mevrouw Angst legt haar hand op zijn arm.
“Och arme man toch. Wat een slechte mensen daar. Geen greintje gevoel. Geen enkel begrip.”
Ze zuchten allebei.
Diepe, vertrouwde zuchten.
Zuchten die ze al jaren samen ademen.

Wat ze niet merken, is dat er iets verderop een lijster zit.
In de lijsterbes.
Lichter.
Met een open bladerdek.
En met helder rood-oranje belletjes van licht tussen haar takken.
Ze had net haar avondlied gevonden.
Een lied dat alleen maar gezongen wilde worden.
Tot die stemmen kwamen.
Die menselijke stemmen.
Zwaar en grijs als natte jassen.
Vol gelijk, vol klacht, vol herhaling.
De lijster stopt.
Niet omdat haar lied op is.
Maar omdat het geen plaats meer vindt.
Haar kopje buigt naar beneden.
Ze kijkt naar meneer en mevrouw Angst onder de linde.
“Horen ze mijn lied dan niet?” vraagt ze zacht.
“Nee,” zegt de wind, met een lieve zucht.
“Nog niet.”
“Waarom niet?” vraagt de lijster.
De wind strijkt door haar veren.
“Omdat meneer en mevrouw Angst alleen zichzelf nog horen. Daardoor lijkt alles daarbuiten stil. Zelfs wanneer het zingt.”
Beneden op de bank knikt mevrouw Angst ernstig.
“Je moet tegenwoordig toch echt op je hoede zijn,” zegt ze.
“Altijd,” zegt meneer Angst.
“Altijd.”
“Want voor je het weet,” zegt meneer Angst.
“Precies,” zegt mevrouw Angst.
Ze maken de zin niet af.
Dat hoeft niet.
Angst heeft vaak genoeg aan halve zinnen.
De rest vult ze zelf wel in.
En zo zitten ze daar.
Onder de grijze linde.
Niet omdat de wereld grijs is.
Maar omdat zij hun grijze bril zo zorgvuldig poetsen.
Voor hen wiegt de lijsterbes.
De zon raakt haar bessen aan.
De wind oefent geduld.
En dan, zomaar, rolt er een bes naast de schoen van meneer Angst.

Hij kijkt omlaag.
“Wat is dat nu weer?” mompelt hij.
Mevrouw Angst buigt zich voorover.
“Pas op,” zegt ze.
De wind glimlacht.
De lijster houdt haar adem in.
De lijsterbes ook.
Want soms begint verwondering precies daar:
bij iets kleins dat valt
en niet meteen in het oude verhaal past.
Birgit





Opmerkingen